Divide et Impera, een Latijnse spreuk en een politiek die, naar het schijnt maar tegelijkertijd nogal ongeloofwaardig, voor het eerst werd gebruikt door de oude Grieken. Philippus de Tweede van Macedonië (382-336 voor Christus), vader van de alom bekende Alexander de Grote, was een handig strateeg die wist dat je macht sterker is als je partijen tegen elkaar uitspeelt.
Persoonlijk geloof ik dat het spelletje al veel ouder is, zo oud als de mensheid ongeveer. In Thora, Bijbel en Koran staat immers het verhaal van Kaïn en Abel en speelt God het spelletje al met hen, door van de één wel en van de ander niet de offergave te accepteren. De oudste, Kaïn, is de slechterik die zijn jongere broer, Abel, om het leven brengt omdat God de voorkeur geeft aan het door Abel gebrachte offer van een levend wezen terwijl Kaïn dacht dat het offeren van een gewas al goed genoeg zou zijn. God gaf de voorkeur aan bloed boven gewas en je zou kunnen vermoeden dat God daarmee aan Kaïn duidelijk wilde maken dat ie niet zo week moest zijn, dat ie moest laten zien dat ie een man was. Toen Kaïn vervolgens met dat bloed nog wat verder ging dan zijn broertje was het weer niet goed maar het doel was bereikt: de één werd de verpersoonlijking van het kwade, de duivel, en de ander van het goede, de martelaar. Het spel was begonnen, het voorbeeld gesteld, de eeuwigdurende herhaling een feit, de macht van het slachtoffer bekrachtigd en de kracht van het demoniseren aan de macht. In de loop van de geschiedenis is gebleken dat hele bevolkingsgroepen hebben ontdekt dat het vooral erg goed werkt als je jezelf tot slachtoffer van demonisering verklaart. Hiermee wordt niet alleen de tegenstander monddood gemaakt maar tegelijkertijd als bron van het kwaad aangeduid, maar dit terzijde.
Terug naar Philippus. Hij bond de Macedonische stammen en nam ze tegelijkertijd hun autonomie af. Hij brak de macht van de toenmalige adel door kwistig met titels te strooien waardoor zowat iedereen wel iets te betekenen had en dus eigenlijk niemand iets meer. Hij nam de leiding over van de diverse legers en hield de voormalige leiders te vriend door ze mee te laten delen in de oorlogsbuit. Hij verbeterde de infrastructuur van zijn gebieden, zorgde voor een goed functionerend rechtssysteem, liet de handel opbloeien door zijn volk beroepskeuzes te laten maken waarmee ze in nieuwe steden alle ruimte kregen en hij verrijkte zichzelf door extra geld te maken en munt te laten slaan uit het metaal dat werd gevonden in de mijnen die door zijn exploratiedriften werden ontdekt. Exploratiedriften die leidden tot expansiedriften, iets waarmee zijn zoon en opvolger, Alexander de Grote, nog meer bekendheid zou vergaren. Philippus was een visionair die vooral heel goed wist hoe hij zijn volk kon laten denken dat hij iets voor hen deed terwijl het uiteindelijk allemaal voor hem zelf bedoeld was.
Is er iets veranderd in al die eeuwen?
De NAVO is het verdrag waarmee een groot aantal landen hun autonomie opgaven ter verdediging van het vrije westen tegen het grote gevaar. De NAVO is het nieuwe leger van Philippus. Na de tweede oorlog was dat grote gevaar het communisme, nu is het zoiets als de Islam. En het is natuurlijk juist daarom dat Turkije als gewaardeerd lid van de NAVO het gezicht van een seculiere staat niet mag verliezen. Dat Turkije uitsluitend en alleen omwille van haar ligging lidstaat is van de NAVO en tegelijkertijd gebruikt kan worden als één van de splijtzwammen van de Europese Unie, is slechts voor één partij belangrijk. Dat het een speerpunt is in de omringende “vijandige” landen die van groot strategisch belang is in de verdediging van “ons” vrije westen, is vanzelfsprekend voor “ons” allemaal van belang.
“Ons” vrije westen of het vrije westen waarvan de niet geïdentificeerde leiders net als Philippus de Tweede op zoek zijn naar nog meer rijkdom? Nog steeds zit die rijkdom voor het grootste deel in mineralen, maar niet langer zijn goud en diamanten de belangrijkste bronnen van rijkdom. Ondanks het steeds groter wordende milieubewustzijn en ondanks de steeds meer ter beschikking komende alternatieven, vormen vooral minerale brandstoffen nog steeds de bron van “onze” welvaart.
“Ons” en “onze” plaats ik steeds tussen aanhalingstekens omdat het niet anders is dan in de tijd van Philippus de Tweede. Meedelen in de oorlogsbuit is een belangrijke motivator om het “leger” bij elkaar te houden. Meedelen in de welvaart klinkt natuurlijk een stuk beter maar is hetzelfde.
De belangrijkste nieuwe adel wordt gevormd door de leiders van het bedrijfsleven, de loonslaven die met honderdduizenden Euros of Dollars per maand naar huis gaan nadat ze weer een maand lang het voetvolk tot het uiterste hebben gedreven, nadat ze weer gedreigd hebben met het kleiner maken van hun selectie en nadat ze opnieuw hun divisies tegen elkaar hebben uitgespeeld. Zij die deze adel benoemen werken echter achter de schermen en veranderen net zo gemakkelijk van kleur als een Ambilight van Philips. Waar zij vandaag de witte koningin verzetten doen ze dat morgen net zo gemakkelijk met een zwarte toren.
Zelfs de generaals van nationale legers en NAVO weten niet wie ze werkelijk dienen. Ze hebben trouw gezworen aan hun politieke leiders die via democratische spelletjes tijdelijk een mandaat hebben gekregen maar het maakt ze niet uit of die leider nu rood, groen of blauw gekleurd is. Ze hoeven hun trouw ook niet opnieuw te bevestigen na het vormen van een nieuwe regering . Ze weten dat ze de ene keer misschien wat meer en de andere keer wat minder speelruimte krijgen maar ze weten vooral dat ze ook morgen nog dat mogen doen wat ze het liefste doen: soldaatje spelen als dat jongetje van 10 van toen. In ruil daarvoor krijgen ze de status van een dienaar met adellijke privileges.
Het bedrijfsleven gaat geheel zijn eigen gang. Het zijn de kleintjes die de effecten van rode, groene of blauwe mandatarissen het beste voelen maar de grote jongens hebben nergens last van. En of ze nou vandaag Philips en morgen General Electric heten maakt ook al helemaal niks uit. Hun uitverkoren leiders vechten bij een overname van de één door de ander alleen nog wat harder voor behoud van hun nieuwe adellijke titel. Degene met de minste scrupules die dat tegelijkertijd het beste kan verbergen, wint automatisch van zijn tegenkandidaten.
Politici vormen de nieuwe adel van weer een ander kaliber, zij denken macht te hebben en denken die te danken te hebben aan het gepeupel. Omwille van die vermeende macht gaan ze ver in hun knieval voor het volk maar uiteindelijk doen ze precies wat het bedrijfsleven van hen verwacht. Democratie is de gemakkelijkste manier om het volk verdeeld te houden en hen ondertussen te laten geloven dat ze zélf iets te vertellen hebben. Democratische politici prediken het spel met verve en winnen zieltjes om die vervolgens te overtuigen van het (bedrijfs-)economisch belang. Politici die écht streven naar macht zijn een gevaar voor de echte machten achter de schermen. Alleen een dictator die de juiste doelen dient blijft gespaard. Tenminste, zolang hij maar blijft dienen. Voorbeelden daarvan zijn er in overvloed en ik laat het graag aan de lezer over om hierbij even aan de geschiedenis van mensen als Franco, Hitler, Musolini, Saddam Husein en anderen te denken.
De media van vandaag zijn de hofnar van de koning van toen. Ze mogen de koning en het volk vermaken zolang het de koning maar blijft behagen. De koning van vandaag is het bedrijfsleven en de hofnar bedient die koning met verve. De berichtgeving wordt bijgestuurd waar dat nodig wordt geacht en het volk wordt vermaakt of opgeruid op precies de juiste momenten.
Het volk tenslotte kijkt toe of keert zich af. Een enkeling denkt nog wel eens na over de wereld om zich heen maar de meesten hebben dat al lang afgeleerd. Het is de keuken van Big Brother waarin de belangrijkste gebeurtenissen zich voor hen afspelen. Niet die van George Orwell, die van Endemol.
Divide et impera.
Inderdaad ‘verdeel en heers’ en ook ‘brood en spelen’ om het volk zoet te houden. Echte democratische invloed is een mooie droom, het bedrijfsleven heeft het laatste woord. “Het is allemaal de schuld van het kapitaal” zongen we ooit.
Resultaat, zoals je schrijft:
“Het volk tenslotte kijkt toe of keert zich af. Een enkeling denkt nog wel eens na over de wereld om zich heen maar de meesten hebben dat al lang afgeleerd.”
Ik zie inderdaad nogal eens glazige blikken, als ik iets aankaart.
super-artikel!
Heb deel geplaatst @:
http://www.anarchiel.com/index.php/stortplaats/toon/verdeel_en_heers1/